De eend van Vorst was het paradepaardje onder de Belgische eendenrassen. Ze trok op internationale tentoonstellingen veel aandacht omwille van het verfijnde blauwgezoomde verenkleed, gelijkaardig aan dat van Andalusiër hoenders. De snavel is leiblauw en de poten moeten zo donker mogelijk zijn, liefst met donkere zwemvliezen. Zoals de naam aangeeft, ligt de oorsprong van dit ras in Vorst bij Brussel, rond 1890. Het ras werd geselecteerd uit een populatie plaatselijke eenden met Dendermonds bloed. In 1905 waren ze voor het eerst op een tentoonstelling te zien en de belangstelling bleef niet uit. Vanaf 1950 ging het evenwel bergaf met dit ras. Nu is de eend van Vorst aan een moeizame comeback begonnen.
De Huttegemse of Oudenaardse eend is een legeend die eind 19de eeuw veel werd gehouden aan de oevers van de Schelde, toen moerassiger dan nu. Huttegem vormde destijds het centrum van de eendenindustrie. Oorspronkelijk bestond dit ras uit een bonte mengeling van dieren waarin naast wit, lichtbruin en zwart de blauwe kleur de boventoon voerde. Pas in 1971 verscheen de eerste standaard die alleen een speciaal blauw-wit eksterpatroon weerhield. Later werd ook wit-zwart erkend.
De Dendermondse eend duikt regelmatig op in de geschiedenis van onze andere inlandse eendenrassen. Ze wordt aangehaald als voorouder van de Merchtemse eend, de Huttegemse eend en de eend van Vorst. Het is dus zeer waarschijnlijk het oudste Belgische eendenras.