Ga naar hoofdinhoud
foto konijn blauw van sint-niklaas

Het Blauw van Sint-Niklaas is ontstaan in het Waasland en werd al gefokt op het einde van 19de eeuw. De Vlaamse reus lag aan de basis van zijn ontstaan. Van de drie Belgische raskonijnen die in de blauwe kleurslag voorkomen, is het de lichtste van kleur. Het Blauw van Sint-Niklaas werd vroeger veel gekweekt om zijn vlees, maar vooral de pelsindustrie zag er brood in omwille van de mooie kleur. Het zijn tamelijk zware dieren met een gewicht van gemiddeld 5,5 kg. Het is een rustig, goedmoedig, zorgzaam en vriendelijk dier.

foto van konijn blauw van ham

Het Blauw van Ham is het enige Belgisch raskonijn dat ontstaan is bij onze Franssprekende landgenoten (Ham-sur-Heure, 1902). Het vertoont veel gelijkenis met het Blauw van Sint-Niklaas. Dit donkerste blauwe Belgische konijnenras maakte begin 1900 een snelle opmars op tentoonstellingen, ook tot ver buiten onze landsgrenzen. De Eerste Wereldoorlog gooide echter roet in het eten en het ras verdween van het toneel. Omstreeks 1975 dook het Blauw van Ham terug op en Wallonië poogt het fokken ervan te promoten. Het zijn rustige en zachtaardige dieren. Blauw van Ham wordt gefokt voor de pels en het vlees. Het is een middelgroot konijn met een krachtig, goed bevleesd, middellang lichaam, breed in de schouders met stevig ontwikkelde dijen. Dit konijn heeft een ovale kop, goed behaarde en rechtop gedragen oren tussen 14,5 en 16 cm lang. De grote ogen en de dichte, zachte en glanzende donkerblauwe pels maken het plaatje compleet.

Konijn blauw van beveren

Blauw van Beveren is een erg oud Belgisch ras, ontstaan uit de Vlaamse reus en oorspronkelijk afkomstig uit Beveren, in het land van Waas. In 1902 werd de eerste tentoonstelling van het ras gehouden in Beveren-Waas. De Van Beveren heeft een speciale lichaamsbouw, het Mandolinetype. De achterhand is beduidend hoger en breder dan de voorhand. Men kan dit het best vergelijken met een halve peer. De meest bekende kleur is blauw maar deze dieren komen ook voor in zwart en wit (blauwoog). Het is een mooi konijn dat bovendien rendabel is als slachtdier. Het is productief en eist niet veel zorgen. Het weegt gemiddeld 4 kilogram. Het is een middelgroot konijn, de voorbenen zijn fijn en de achterbenen zijn fors ontwikkeld. Het heeft een driehoekige kop, de oren zijn tussen 11 en 12 centimeter lang. Van Beveren is zeldzaam.

konijn belgisch zilver

Het Belgisch zilver is eigenlijk van Franse oorsprong. Het gaat om ‘bleke’ dieren van het ras Zilveren van Champagne. Het ontstond in 1960 uit onvrede van de Belgische kwekers die een voorkeur hadden voor een lichtere kleur. De ruzie over de kleuren leidde tot de erkenning van een apart ras. Het Belgisch zilver is tegelijk een sport-, nut- en vleesras. Het is een middelgroot konijn met een lang en goed gespierd lichaam en een goed bevleesde rug. Het heeft middellange gespierde poten, een korte hals en grote ruitvormige kop met rechtop gedragen oren van 13 à 14,5 cm. Het weegt tussen de 4 en 5,5 kg.

konijn parelgrijs van halle

Over het Parelgrijs van Halle is historisch het meeste geweten. De heer Vervoort uit Halle koppelde in 1912 een Havanna-ram aan vijf Havanna-voedsters, allen zussen. In ieder van de nesten trof hij een zilverkleurig konijntje aan. Die dieren kruiste hij met elkaar en later voegde hij weer Havanna-bloed toe om problemen met inteelt te voorkomen. Na enkele jaren selecteren, kwam hij tot een zuiver ras: het Parelgrijs van Halle. Dat konijntje kende een groot succes, maar spijtig genoeg bleef dat niet duren. De oorspronkelijke dieren gingen verloren, maar de standaard bleef bestaan. Vandaag komen we weer Parelgrijze van Halle tegen, maar ze hebben een grijze oogkleur, terwijl de oorspronkelijke dieren een bruine oogkleur hadden. Dit sierlijke konijntje weegt gemiddeld 2,250 kg en is door zijn kleine gestalte uiterst geschikt als gezelschapsdier. Het is een kalm, vriendelijk dier. Het is een halsloos konijn en de oren zijn een 10 cm lang met mooi afgeronde toppen.

foto Steenkonijn

Het Steenkonijn is het oudst bekende raskonijn in België. Het is een rechtstreekse afstammeling van het wilde konijn. Het ligt aan de basis van veel andere rassen zoals de Vlaamse reus. De naam komt van een oude Belgische gewichtseenheid: een steen was ongeveer 3,5 kg. Dat gewicht was het slachtgewicht dat een konijn toen diende te hebben. Steenkonijnen werden in Vlaanderen ooit massaal gekweekt. Het invoeren van goedkoper ingevroren konijnenvlees uit Australië maakte een einde aan het succes van dit nutsras. Rond 1900 was het Steenkonijn vrijwel uitgestorven. Gelukkig wisten gemotiveerde mensen dit ras te redden van de ondergang. Opmerkelijk is dat pas op 12 juni 1934 de standaard werd ingediend. Steenkonijnen zijn levendige, nieuwsgierige en goedaardige dieren. Hun gewicht bedraagt vandaag gemiddeld 2,750 kg. Het is een klein konijn dat nog steeds veel gelijkenis vertoont met een wild konijn.

foto Gents Baardkonijn

Het Gentse baardkonijn werd ingevoerd uit Frankrijk rond 1960. Een eerste poging tot erkenning als Belgisch ras werd in 1961 ondernomen, zonder succes. Intussen is het wel erkend en zijn er een paar gemotiveerde fokkers in België en in het buitenland. Gentse baardkonijnen zijn rustige, aanhankelijke dieren waarvoor een gewoon hok volstaat. Meestal hebben ze kleine nestjes van een 5-tal jongen die ze goed grootbrengen. Het is een middelgroot konijn met een gewicht van 3,5 à 5 kilo. Kenmerkend is de langere beharing op de kop (soms ook op de flanken en dijen) met op de overige delen van het lichaam een normale beharing. Het is een konijn met opvallend korte en brede oren van 11 tot 13 cm.

foto Belgisch haaskonijn

Als er één konijnenras is waarover heel wat fabels de ronde doen, dan is het wel de Belgische haaskonijn. Zo werd vroeger beweerd dat het ging om een kruising tussen een haas en een konijn, of dat de Belgische haas van Engelse oorsprong zou zijn. Maar de Belgische haas is wel degelijk een Belgisch konijnenras. Slank gebouwde konijnen bestonden reeds in de 18de eeuw in de Zuidelijke Nederlanden. Wel klopt het dat het Belgisch haaskonijn vooral veredeld werd in Engeland. De eerste Belgian Hare op Engelse bodem werd tentoongesteld door een zekere Mister Lumb in 1874. Hij selecteerde het ras uit dieren die hij vanuit Antwerpen had ingevoerd. Het Belgisch haaskonijn is het meest opvallende typedier onder de Belgische konijnenrassen. Het is een middelgroot konijn dat qua uiterlijk sterk op een haas lijkt. Het zijn bijzonder elegante dieren, fijn van gestel. De slanke kop harmonieert bij een lang en gestrekt lichaam, waarbij de gespierde rug opvalt, net als de lange, slanke gespierde poten en billen. De ogen zijn groot en geven de dieren nog meer uitstraling. De oren staan rechtop en zijn tussen 12 en 15 centimeter lang. Het gewicht ligt tussen de 3,5 en de 4,5 kilogram. Het ras is erkend in haaskleur, zwart, tanpatroon en wit. De Belgische haas is het sierstuk onder de konijnenrassen, maar is zeldzaam.